Een brief aan Nederlandse vrouwen

Aan de Nederlandse vrouwen,

Het spijt me.

Niet alleen voor botheid.

Niet alleen voor afwezigheid.

Niet alleen voor mannen die alles beter denken te weten.

Maar ook voor iets diepers.

Voor een manier van leven waarin controle te vaak voor competentie doorgaat, geld voor veiligheid, werk voor liefde, directheid voor eerlijkheid, en bemoeienis voor betrokkenheid.

Ik schrijf dit niet als een man die het altijd beter heeft gedaan.

Integendeel.

Ik herken mezelf erin.

Ik was ook veel met mezelf bezig.

Ik luisterde ook niet altijd werkelijk.

Ik dacht ook dat verantwoordelijkheid vooral betekende dat ik moest werken, verdienen, vooruitkomen en zorgen dat er financieel genoeg was.

Dat was mij geleerd.

Door mannen voor mij.

Door onze samenleving.

Door een wereld waarin geld bijna synoniem werd gemaakt met veiligheid.

En ik geloofde het.

Niet omdat geld onbelangrijk is. Natuurlijk hebben gezinnen geld nodig. Geld kan echte veiligheid bieden.

Maar ergens maakten we van een middel iets groters.

Geld werd veiligheid.
Werk werd verantwoordelijkheid.
Inkomen werd liefde.

En daardoor konden mannen tegen zichzelf zeggen:

“Ik doe dit allemaal voor jullie.”

Terwijl de mensen van wie ze hielden misschien iets heel anders nodig hadden.

Hun aandacht.

Hun aanwezigheid.

Hun geduld.

Hun vermogen om werkelijk te luisteren.

Hun bereidheid om even op te houden met zichzelf.

Ik begon pas echt te zien hoe diep dit zat nadat ik Nederland verliet, andere manieren van leven zag, als man veranderde, trouwde en daarna terugkwam.

Toen viel me iets op.

Niet alleen een Nederlandse voorliefde voor regels.

Niet alleen directheid.

Niet alleen nuchterheid.

Maar een bredere reflex:

we zijn heel goed geworden in afwijkingen beheersen.

In risico’s voorzien.

In bepalen hoe iets hoort.

In corrigeren wanneer de werkelijkheid afwijkt van het plan.

In vastleggen.

In controleren.

In voorkomen.

Maar veel minder goed in iets anders:

werkelijk kijken naar wat er gebeurt.

Oordelen met gevoel voor proportie.

Ruimte laten.

Aanpassen.

Wachten.

Luisteren.

Verantwoordelijkheid nemen.

Accepteren dat leven niet altijd netjes, logisch, voorspelbaar of beheersbaar is.

Als bescherming een keurslijf wordt

Ik kan begrijpen waar een deel daarvan vandaan komt.

Nederland is gevormd door generaties die moesten plannen.

Door landbouw.

Door water.

Door schaarste.

Door handel.

Door oorlogen, bezetting en onzekerheid.

Door de noodzaak om samen te werken omdat nalatigheid echte gevolgen kon hebben.

En later ook door religieuze tradities waarin discipline, soberheid, arbeid, zelfbeheersing en plicht sterk werden verheven.

Veel daarvan heeft ons ook iets gebracht.

Bescherming.

Betrouwbaarheid.

Organisatie.

Collectieve verantwoordelijkheid.

Doorzettingsvermogen.

Maar een nuttige aanpassing kan een probleem worden wanneer zij de norm voor alles wordt.

Planning wordt:

alles moet volgens plan.

Spaarzaamheid wordt:

genieten is verdacht.

Discipline wordt:

gehoorzaamheid is goedheid.

Verantwoordelijkheid wordt:

werk meer.

Veiligheid wordt:

verdien meer.

Directheid wordt:

ik mag altijd zeggen wat ik denk.

Samenwerking wordt:

iedereen moet zich gedragen zoals afgesproken.

Risicobewustzijn wordt:

alles wat onvoorspelbaar is, moet onder controle.

Misschien beschermden sommige van deze eigenschappen ooit het leven.

Maar bescherming die niet meer kan veranderen, begint het leven uiteindelijk te verstikken.

En dat is precies het punt.

Bescherming hoort het leven vrijer te maken. Niet kleiner.

We verwarren ongemak met gevaar

Er gebeurt iets onverwachts.

Iemand doet iets anders dan gedacht.

Een kind is luid.

Een vrouw voelt iets wat niet direct logisch uit te leggen is.

Een gezin kiest een ander ritme.

Een ander mens maakt een keuze die jij zelf niet zou maken.

En te vaak is de eerste reactie niet: wat gebeurt hier werkelijk?

Maar: hoe krijgen we dit weer binnen het kader?

Dan verschijnt er een regel.

Een correctie.

Een hypothetisch risico.

Een opmerking.

Een oordeel.

Een vraag waarop je blijkbaar antwoord moet geven.

En als je niet direct meewerkt, word jij al snel het probleem.

Daar zit een cruciaal onderscheid onder.

Kunnen we nog verschil zien tussen:

ongemak en gevaar?

rommel en schade?

onvoorspelbaarheid en onverantwoordelijkheid?

een andere keuze en een bedreiging?

een grens en controle?

een regel en wijsheid?

Want een samenleving die ongemak voortdurend behandelt alsof het schade is, wordt vanzelf controlerend.

En dat raakt ook aan iets waar Nederlanders graag trots op zijn:

tolerantie.

Maar echte tolerantie is niet:

jij mag anders zijn zolang ik er niets van merk.

Dat is gemak.

Dat is gecontroleerde diversiteit.

Dat is:

je mag anders zijn zolang je verschil stil, privé, ordelijk en voorspelbaar blijft.

Maar echte tolerantie begint juist wanneer verschil wrijving veroorzaakt.

Wanneer iemand anders leeft dan jij.

Anders opvoedt.

Anders gelooft.

Anders beweegt.

Meer ruimte inneemt dan jij gewend bent.

Een ander ritme heeft.

Iets kiest wat jij zelf nooit zou kiezen.

Dan blijkt of je werkelijk tolerant bent.

Tolerantie betekent niet dat alles toegestaan is.

Natuurlijk niet.

Schade, agressie, vernedering en echte grensoverschrijding vragen om begrenzing.

Maar volwassen tolerantie vraagt wel dat we onderscheid leren maken tussen:

ik word geschaad

en:

ik word gehinderd.

Als iedere hinder automatisch een rechtvaardiging wordt om de ander te corrigeren, dan is dat geen tolerantie meer.

Dan wordt het vooral:

jij mag vrij zijn zolang jouw vrijheid mij niets kost.

En dat is uiteindelijk geen ruimhartigheid.

Dat is zelfgerichtheid.

De voortdurende bemoeienis

Daaruit volgt ook iets anders.

Het houdt soms gewoon niet op.

Vragen.

Commentaar.

Correcties.

Waarom doe je dat?

Waarom staat dat daar?

Waarom heb je dat nodig?

Waarom doe je het niet gewoon anders?

Wanneer?

Hoe?

Met wie?

Waarom?

En wanneer je antwoord geeft, komt er soms nog een vraag.

En nog één.

Alsof een ander mens pas met rust gelaten mag worden wanneer alles begrepen, beoordeeld en onder controle is.

We noemen dat hier graag direct.

Maar directheid is niet automatisch een deugd.

Je kunt helder zijn en toch respectvol.

Je kunt eerlijk zijn en toch stijl hebben.

Je kunt iets willen weten en accepteren dat het je niets aangaat.

Je kunt een mening hebben zonder dat iedereen die hoeft te horen.

Je kunt ergens anders over denken zonder een ander mens onmiddellijk te corrigeren.

Klasse is niet alles zeggen wat je denkt.

Klasse is weten wat van jou is.

En wat niet.

Niet alles wat je ziet hoeft benoemd te worden.

Niet alles wat je wilt weten is jouw zaak.

Niet ieder verschil hoeft gecorrigeerd te worden.

Niet iedere grens vraagt om een verdediging.

Niet ieder mens heeft jouw mening nodig.

En wanneer iemand al antwoord heeft gegeven, is volwassenheid ook kunnen stoppen.

Geen geduld

Er zit nog iets anders onder.

Alles moet nu.

Mijn vraag moet nu beantwoord worden.

Mijn irritatie moet nu worden opgelost.

Mijn zorg moet nu jouw prioriteit krijgen.

Leg het uit.

Reageer.

Pas je aan.

Doe het nu.

Maar wachten is een vorm van beschaving.

Wachten betekent dat je even accepteert dat jij niet het middelpunt van de situatie bent.

Een rij is daarom eigenlijk een kleine morele test.

Kun je accepteren dat iemand anders eerder was?

Kun je een kind ruimte geven?

Kun je een ouder met jonge kinderen even helpen?

Kun je zien dat iemand kwetsbaarder is dan jij en vrijwillig een stap terug doen?

Kun je aanwezig blijven zonder steeds te proberen de wereld iets sneller naar jouw hand te zetten?

Ik heb zelden zoveel oudere mensen gezien die proberen voor te dringen, ongeduldig worden, of zelfs voor kinderen ruimte opeisen.

Dat is niet alleen slechte manieren.

Dat zegt iets over hoe generaties zich tot elkaar verhouden.

De oudere generatie zou ruimte moeten maken voor de jongere.

Niet voortdurend eisen dat de jongere generatie ruimte maakt voor haar.

Kinderen zijn pas net aangekomen.

Zij kijken naar ons om te leren wat volwassenheid is.

Wat leren we ze als volwassenheid betekent dat je uiteindelijk genoeg leeftijd, bezit, geld of status hebt om overal voorrang te verwachten?

Dat is geen volwassenheid.

Kracht maakt ruimte.
Volwassenheid kan wachten.
Klasse dringt niet voor.
Respect zeurt niet door.
En wijsheid hoeft niet alles onmiddellijk onder controle te hebben.

Vrouwen worden gemanaged in plaats van ontmoet

Wanneer deze manier van leven de relatie binnenkomt, wordt het nog pijnlijker.

Vrouwen worden gemanaged in plaats van werkelijk ontmoet.

Hun emoties moeten logisch worden.

Hun verlangens moeten worden verantwoord.

Hun intuïtie wordt minder serieus genomen wanneer iemand anders een feit, procedure, regel of statistiek heeft.

Hun verschil wordt een verstoring.

Hun vrouwelijkheid is welkom zolang die prettig, begrijpelijk en beheersbaar blijft.

Maar het echte leven is niet altijd beheersbaar.

En vrouwelijkheid al helemaal niet.

Net zoals kinderen niet beheersbaar zijn.

Net zoals liefde niet beheersbaar is.

Net zoals intimiteit niet beheersbaar is.

Net zoals rouw, plezier, verlangen, creativiteit, spontaniteit en verandering niet beheersbaar zijn.

Als een man alleen sterk is zolang alles binnen zijn systeem blijft, is dat geen sterke man.

Dat is een man die afhankelijk is van controle.

Mannen vluchten naar de wereld die wel beheersbaar is

Werk is aantrekkelijk voor zo’n man.

Werk heeft doelen.

Agenda’s.

Titels.

Salarissen.

Promoties.

Structuren.

Deadlines.

Meetbare prestaties.

Daar kan hij winnen.

Daar krijgt hij bevestiging.

Daar weet hij wat er van hem verwacht wordt.

Daar voelt hij zich competent.

Thuis is anders.

Kinderen zijn rommelig.

Onvoorspelbaar.

Traag.

Emotioneel.

Herhalend.

Vermoeiend.

Grappig.

Briljant.

Levend.

Je kunt een peuter niet optimaliseren.

Je kunt een huwelijk niet in KPI’s zetten.

Je kunt intimiteit niet afdwingen.

Je kunt verdriet niet efficiënter maken.

Je kunt een kind niet laten ophouden met kind zijn omdat jouw agenda vol zit.

En dus kan werk een schuilplaats worden.

Niet altijd bewust.

Niet altijd kwaadwillig.

Maar wel echt.

De man gaat naar de wereld waarin hij zich competent en veilig voelt.

En de vrouw blijft achter met de wereld die leeft.

De kinderen.

De emoties.

De maaltijden.

De afspraken.

De familie.

De verjaardagen.

De ziekte.

De kleding.

De sfeer in huis.

De kleine breuken.

De eindeloze herstelwerkzaamheden van het dagelijks leven.

“Ik doe dit allemaal voor jullie”

En dan komt de zin:

“Ik doe dit allemaal voor jullie.”

Misschien.

Maar soms is dat niet helemaal waar.

Soms werkte je niet zoveel omdat je kinderen meer nodig hadden.

Soms werkte je zoveel omdat geld jou een gevoel van veiligheid gaf.

Omdat inkomen geruststelde.

Omdat bezit geruststelde.

Omdat status geruststelde.

Omdat doorgaan makkelijker was dan stoppen en vragen:

hoeveel is eigenlijk genoeg?

En misschien omdat echt aanwezig zijn moeilijker is dan voorzien.

Een kind heeft uiteindelijk weinig aan een indrukwekkende verklaring voor waarom papa altijd werkte.

Het wil papa.

Natuurlijk moet een gezin kunnen wonen, eten en veilig zijn.

Werken kan liefde zijn.

Voorzien kan liefde zijn.

Geld is belangrijk in deze maatschappij.

Maar voorbij genoeg kan “ik doe het voor mijn gezin” ook een respectabele naam worden voor angst.

Voor gewoonte.

Voor status.

Voor de behoefte aan meer.

Voor het vermijden van het deel van het leven dat niet te controleren is.

Je kunt later weer geld verdienen.

Je kunt opnieuw carrière maken.

Je kunt bezit vervangen.

Maar je kind is maar één keer vier.

Eén keer acht.

Eén keer twaalf.

Die jaren kun je nooit terugkopen.

Misschien kun je juist rijker worden

En misschien is minder werken helemaal niet hetzelfde als armer worden.

Misschien juist niet.

Misschien word je veel rijker wanneer je stopt met salaris te verwarren met rijkdom.

Je kent je kinderen.

Je huwelijk heeft tijd.

Je kookt.

Je maakt.

Je repareert.

Je leert vaardigheden.

Je hebt minder gemak nodig omdat je meer tijd hebt.

Je hebt minder status nodig omdat je meer betekenis hebt.

Je bouwt relaties op met familie, vrienden, buren en gemeenschap.

Je hebt tijd om kansen te zien.

Om iets echts te creëren.

Om een bedrijf te beginnen.

Om land te verzorgen.

Om kunst te maken.

Om te rusten.

Om werkelijk te genieten van wat er al is.

En misschien bouw je daardoor uiteindelijk ook materiële rijkdom.

Want een hoog inkomen gecombineerd met hoge woonlasten, kinderopvang, vervoer, gemak, statusconsumptie en chronische uitputting kan een gezin veel armer maken dan het lijkt.

Terwijl een gezin met tijd, vaardigheden, sterke relaties, lagere afhankelijkheid, bezit, creativiteit en genoeg geld buitengewoon rijk kan zijn.

Meer werken is niet automatisch meer rijkdom.
Meer geld is niet automatisch meer veiligheid.
Meer consumptie is niet automatisch een beter leven.

Misschien is de intelligente man niet degene die maximaal verdient.

Misschien is het degene die weet wanneer het genoeg is.

En toen vroegen we vrouwen óók nog om de mannenwereld binnen te gaan

Daar zit een grote historische ironie.

De oude verdeling was ongelijk.

De man ging de economische wereld in.

De vrouw droeg veel van het levende domein.

Het gezin.

De kinderen.

Het huis.

De relaties.

De emotionele werkelijkheid.

Daar moest terecht iets veranderen.

Maar wat deden we daarna?

In plaats van mannen veel sterker het levende domein in te brengen, hebben we vrouwen verteld dat vrijheid vooral betekende dat zij óók maximaal moesten deelnemen aan het economische domein.

Werken.

Verdienen.

Presteren.

Carrière maken.

Beschikbaar blijven.

Professioneel zijn.

Concurreren.

En ondertussen verdween het levende domein niet.

Kinderen moesten nog steeds worden opgevoed.

Eten gemaakt.

Ziekte opgevangen.

Relaties onderhouden.

Emoties gedragen.

Een thuis gevormd.

Dus voor veel vrouwen kwam er niet alleen vrijheid bij.

Er kwam ook een tweede wereld bij die zij moesten dragen.

En de diepere fout was misschien dat we één wereld serieuzer vonden dan de andere.

Betaald werk telde.

Zorg minder.

Salaris betekende onafhankelijkheid.

Thuisblijven werd gezien als afhankelijkheid.

Carrièreontwikkeling betekende groei.

Kinderen opvoeden werd een gat op je cv.

Dat is geen neutrale ontwikkeling.

Dat is een waardekeuze.

In plaats van mannen te vragen:

waarom neem jij niet vollediger deel aan het leven?

vroegen we vrouwen:

waarom neem jij niet vollediger deel aan de economie?

Misschien hebben we vrouwen niet volledig bevrijd.

Misschien hebben we iedereen geleerd om meer te leven als de industriële man.

Mannen falen ons

Dat mag benoemd worden.

Niet alle mannen.

Niet in alles.

Maar genoeg om het patroon serieus te nemen.

Te veel mannen zijn afwezig.

Te veel mannen verwarren geld met liefde.

Controle met bescherming.

Koppigheid met kracht.

Werk met verantwoordelijkheid.

Afstand met stabiliteit.

En de oplossing is niet om mannen af te schrijven.

Niet om ze te vervangen.

Niet om te zeggen dat vrouwen alles beter zelf kunnen.

Niet om jongens minder mannelijk te maken.

De oplossing is:

betere mannen.

Niet zwakkere mannen.

Volledigere mannen.

Mannen die sterk genoeg zijn om het hele leven te dragen.

Niet alleen het meetbare deel.

Mannen die kunnen voorzien én opvoeden.

Beschermen zonder te controleren.

Geld verdienen zonder het te aanbidden.

Rommel en tijdelijke chaos verdragen.

Wachten.

Een huis dragen.

Emotionele verantwoordelijkheid nemen.

Met kinderen zijn zonder dat kinderen zich als volwassenen hoeven te gedragen.

Een vrouw respecteren zonder haar te managen.

Toegeven wanneer ze ongelijk hebben.

Herstellen.

Weten wanneer genoeg genoeg is.

En ik deed dit zelf ook

Ik wil hier niet boven gaan staan.

Ik heb mezelf ook belangrijker gemaakt dan ik dacht.

Ik was ook bezig met werk, plannen, geld, mijn eigen zorgen, mijn eigen logica.

Ik luisterde ook niet altijd.

Ik dacht ook dat zorgen voor mijn gezin betekende dat ik zoveel mogelijk zekerheid moest bouwen.

En ik begon pas later te zien dat ik daarmee ook iets anders kon missen.

Hun werkelijkheid.

Hun ritme.

Hun behoefte.

Hun aanwezigheid.

Dat is misschien de diepste vorm van zelfgerichtheid.

Niet luid egoïsme.

Maar voortdurend leven vanuit je eigen kader en vervolgens denken dat je goed voor anderen zorgt omdat je dat kader voor hen probeert te optimaliseren.

Liefde vraagt iets anders.

Liefde vraagt dat je ruimte in jezelf maakt voor de werkelijkheid van een ander.

Niet alleen dat je iets voor die ander doet.

Maar dat je die ander werkelijk ontmoet.

Dat je luistert.

Dat je kunt verdragen dat hij of zij anders voelt, denkt, beweegt, verlangt of leeft dan jij.

Dat je niet alles onmiddellijk terugbrengt naar jezelf.

Maar deze mannen hebben dit niet zelf uitgevonden

Veel mannen doen wat hun vaders deden.

Hun vader werkte.

Hun vader was afwezig.

Hun vader bepaalde.

Hun vader sprak weinig over gevoelens.

Hun vader noemde voorzien liefde.

Hun vader kwam thuis en verwachtte rust.

Dus de zoon leerde:

zo ziet een man eruit.

En veel vrouwen leerden iets parallel daaraan.

Hun vader was misschien ook afwezig.

Ook dominant.

Ook beter in werk dan in emotionele aanwezigheid.

En hun moeder droeg ondertussen het echte leven.

Dus de dochter leerde:

zo voelt liefde van een man.

En:

dit is wat een vrouw draagt.

Zo blijven patronen bestaan zonder dat iemand ze bewust kiest.

Een man herhaalt zijn vader omdat zijn vader hem liet zien wat mannelijkheid is.

Een vrouw accepteert het omdat haar vader haar liet zien wat ze van een man mag verwachten.

Dat is geen excuus.

Maar het is wel hoe overerving werkt.

We kunnen onze ouders niet veranderen

Misschien is dat een van de moeilijkste dingen om te accepteren.

Je kunt je vader waarschijnlijk niet veranderen.

Je kunt je moeder waarschijnlijk niet veranderen.

Je kunt hun jeugd niet herschrijven.

Je kunt hun patronen niet voor ze oplossen.

Je kunt begrijpen.

Grenzen stellen.

Vergeven waar dat passend is.

Afstand nemen waar dat nodig is.

Maar je kunt niet terug in de tijd.

Met je partner kan er meer.

Je kunt elkaar confronteren.

Verantwoordelijkheden opnieuw verdelen.

Patronen benoemen.

Stoppen met afwezigheid liefde te noemen.

Stoppen met controle bescherming te noemen.

Stoppen met geld veiligheid te noemen.

Samen iets anders bouwen.

Onze grootste mogelijkheid ligt bij de generatie die nog wordt gevormd.

Voed je zonen anders op

Daar ligt echte toekomstmacht.

Niet in eindeloos vechten met de generatie vóór ons.

Maar in het grootbrengen van de mensen die de wereld na ons zullen bewonen.

Voed je zonen op voor de wereld die zij zullen erven, niet voor de goedkeuring van de generatie die haar langzaam achterlaat.

Geef ze vrijheid.

Laat ze zichzelf leren kennen.

Hun lichaam.

Hun kracht.

Hun grenzen.

Hun zachtheid.

Hun moed.

Hun wil.

Hun creativiteit.

Hun oordeel.

Hun verantwoordelijkheid.

Maak gehoorzaamheid niet tot de hoogste deugd alleen omdat een gehoorzaam kind gemakkelijker is.

Bescherm ze tegen onnodige controle.

Tegen voortdurende correctie.

Tegen vernedering die discipline wordt genoemd.

Tegen volwassenen die kinderen kleiner moeten maken om zichzelf comfortabel te voelen.

Dat betekent niet dat kinderen geen grenzen nodig hebben.

Natuurlijk wel.

Maar stel steeds deze vraag:

beschermt deze grens het leven?

Of:

beschermt deze grens vooral de behoefte van een volwassene aan controle?

Leer je zoon dat mannelijkheid niet betekent dat de wereld voor hem aan de kant gaat.

Dat kracht ook betekent dat hij ruimte kan maken.

Dat hij kan wachten.

Dat zijn vraag niet altijd de belangrijkste is.

Dat hij niet alles hoeft te weten.

Dat hij niet overal een mening over hoeft te hebben.

Dat hij kan luisteren zonder onmiddellijk te corrigeren.

Dat hij kinderen serieus kan nemen.

Dat hij kan koken.

Zorgen.

Troosten.

Spelen.

Schoonmaken.

Verdienen.

Bouwen.

Beschermen.

Een baby vasthouden.

Een moeilijke emotie verdragen.

Een grens respecteren.

Een fout toegeven.

En dat al die dingen bij een volwassen man horen.

Trek je niet te veel aan van de generatie die dit systeem heeft doorgegeven

Ze zullen misschien zeggen dat je kind verwend is.

Te vrij.

Te luid.

Soft.

Wild.

Ongedisciplineerd.

Respectloos.

Te veel.

Zij waren ooit zelf de jonge generatie die zei dat het anders moest.

Ze bevrijdden zich van kerkelijke controle, seksuele beklemming, verstikkende sociale normen en oude autoriteiten. Ze openden deuren waar wij nu doorheen kunnen lopen.

Daar mogen we dankbaar voor zijn.

Maar ergens onderweg kwam er een nieuwe veiligheid voor in de plaats.

Het huis.

Het pensioen.

De carrière.

Het bezit.

De stijgende waarde.

De zekerheid van een systeem dat hen steeds meer beloonde naarmate ze erin meegingen.

Misschien vergaten sommigen daardoor iets wat ze ooit zelf wisten:

dat de wereld niet van de oudere generatie is om vast te houden.

Iedere generatie heeft de taak om ruimte te maken voor wat daarna komt.

Onze ouders openden deuren voor ons. Wij hoeven hen daarom niet te verwerpen.

We moeten verder gaan.

Jouw kinderen worden gevormd voor een wereld die wij zelf nog niet volledig kennen.

Het kind dat vandaag voor je staat, heeft gelukkig nog lang te leven.

Hij moet leven met de geest die jij nu helpt vormen. Met het lichaam dat jij hem leert vertrouwen of vrezen. Met de moed die jij voedt of uit hem corrigeert. Met de relaties die hij later zal aangaan. Met de vrouw van wie hij misschien zal houden. Met de kinderen die hij misschien zelf zal opvoeden. Met de wereld die hij zal helpen vormgeven.

De mensen die vandaag kritiek hebben op jouw opvoeding hoeven dat leven niet te leiden.

Hij wel.

Dus luister naar wat vorige generaties ons hebben geleerd. Bewaar wat waardevol was. Wees dankbaar voor de deuren die zij hebben geopend.

Maar laat hun angst niet bepalen waar onze kinderen naartoe mogen.

Een generatie eert haar voorgangers niet door op dezelfde plek te blijven staan. Ze eert hen door verder te gaan.

Dit gaat niet alleen over onze relaties

Er staat meer op het spel.

We kunnen onze kinderen niet blijven opvoeden voor de industriële wereld.

Niet omdat industrie, technologie, handel of economische groei op zichzelf verkeerd zijn.

Maar omdat een mensbeeld dat voornamelijk draait om produceren, presteren, consumeren, controleren en extraheren zijn grenzen heeft bereikt.

De wereld kan het niet blijven dragen.

We hebben niet nog een generatie nodig die leert:

meer verdienen.

meer bezitten.

meer produceren.

meer consumeren.

meer controleren.

meer uit de aarde halen.

meer uit werknemers halen.

meer uit zichzelf halen.

En dat vervolgens vooruitgang noemen.

We hebben ook geen vrouwenemancipatie nodig die uiteindelijk betekent dat vrouwen even goed leren deelnemen aan hetzelfde extractieve model.

Dat is geen eindpunt van emancipatie.

We hoeven vrouwen niet beter te leren leven als industriële mannen.

We moeten allemaal opnieuw leren wat rijkdom eigenlijk is.

Tijd.

Kinderen.

Gezondheid.

Liefde.

Land.

Vakmanschap.

Schoonheid.

Gemeenschap.

Vrijheid.

Betekenis.

Genoeg.

En ja, ook geld — maar op zijn plaats.

Als middel.

Niet als god.

Daarom gaat dit uiteindelijk niet alleen over Nederlandse mannen.

Het gaat over wat voor mensen we nu grootbrengen.

Onze kinderen zullen een wereld erven die niet nog meer mensen nodig heeft die uitstekend zijn in extractie maar nauwelijks weten wanneer het genoeg is.

Ze hebben andere capaciteiten nodig.

Oordeelsvermogen.

Zelfkennis.

Aanpassingsvermogen.

Moed.

Zorg.

Creativiteit.

Geduld.

Verantwoordelijkheid.

Het vermogen om samen te leven met verschil.

Het vermogen om iets te beschermen zonder het te bezitten.

Het vermogen om iets te gebruiken zonder het uit te putten.

Het vermogen om rijk te worden zonder alles om zich heen armer te maken.

We kunnen geen industriële kinderen blijven opvoeden voor een wereld die de industriële mens niet langer kan dragen.

Daarom is anders opvoeden geen lifestylekeuze.

Het is generatiewerk.

Onze ouders hebben een aantal deuren geopend.

Wij mogen verder lopen.

En misschien is onze taak nu om een deur open te houden voor onze kinderen — zonder alvast te bepalen wie zij moeten worden wanneer ze erdoorheen gaan.

We hebben geen wereld zonder mannen nodig

We hebben betere mannen nodig.

Mannen die beschermen zonder te controleren.

Leiden zonder te domineren.

Luisteren zonder onmiddellijk te corrigeren.

Sterk staan zonder anderen kleiner te maken.

Vrouwelijke kracht liefhebben zonder haar te temmen.

Kinderen ruimte geven zonder verantwoordelijkheid op te geven.

Geld verdienen zonder hun leven eraan te offeren.

Kunnen wachten.

Kunnen zwijgen.

Kunnen loslaten.

Kunnen erkennen dat iets hen niets aangaat.

Kunnen zeggen:

ik had ongelijk.

En daarna beter handelen.

Dat is geen zwakke man.

Dat is een veel sterkere man dan degene die alleen functioneert wanneer iedereen doet wat hij verwacht.

We kunnen de richting veranderen

We kunnen onze ouders niet opnieuw opvoeden.

We kunnen onze eigen jeugd niet opnieuw beleven.

We kunnen verloren jaren niet terughalen.

Maar we zijn niet machteloos.

We kunnen onze relaties veranderen.

We kunnen onze normen veranderen.

We kunnen stoppen met afwezigheid liefde te noemen.

We kunnen stoppen met controle bescherming te noemen.

We kunnen stoppen met overwerk verantwoordelijkheid te noemen.

We kunnen stoppen met geld veiligheid te noemen.

We kunnen stoppen met vrouwelijke uitputting gelijkheid te noemen.

En we kunnen onze kinderen iets anders meegeven.

Een zoon hoeft zijn vader niet te herhalen.

Een dochter hoeft niet te accepteren wat haar moeder accepteerde.

Een gezin hoeft niet opnieuw hetzelfde toneelstuk te spelen.

Iemand moet de generatie zijn die het patroon ziet.

Iemand moet zeggen:

tot hier.

Niet verder.

Wij doen het anders.

Nederlandse vrouwen verdienden meer van mannen.

Nederlandse kinderen verdienen meer van mannen.

En mannen zelf verdienen uiteindelijk ook meer dan een leven waarin hun waarde wordt gereduceerd tot werken, voorzien, regelen en controleren.

De oplossing is niet minder mannen.

De oplossing is mannen die vollediger mens durven worden.

En misschien begint dat niet bij de mannen die al tientallen jaren vastzitten in oude patronen.

Misschien begint het bij degene die vandaag naast je aan tafel zit.

Met zijn vuile handen.

Zijn wilde ideeën.

Zijn gevoeligheid.

Zijn koppigheid.

Zijn kracht.

Zijn liefde.

Zijn toekomst.

We kunnen onze vaders niet opnieuw opvoeden.

We kunnen onze partners beïnvloeden en samen andere keuzes maken.

Maar met onze kinderen kunnen we de richting van generaties veranderen.

Nederlandse vrouwen verdienden betere mannen.

Onze zonen kunnen die mannen worden.

Lees dit misschien samen

En aan de Nederlandse vrouwen die dit lezen wil ik nog iets vragen.

Lees dit misschien nog eens met je man.

Niet om hem ermee om de oren te slaan.

Niet om tijdens iedere alinea te zeggen: zie je wel.

Niet om een nieuwe strijd tussen mannen en vrouwen te beginnen.

Geef hem tijd.

Misschien wordt hij eerst boos.

Misschien voelt hij zich aangevallen.

Misschien begint hij onmiddellijk met uitzonderingen, feiten en verklaringen.

Misschien herkent hij zichzelf pas een paar dagen later.

Laat dat gebeuren… met compassie.

Want ik geloof niet dat Nederlandse mannen slechte mannen zijn.

Ik denk dat veel mannen diep vanbinnen best weten dat hun kinderen belangrijker zijn dan hun carrière.

Dat hun vrouw niet hun ondergeschikte is.

Dat geld niet hetzelfde is als veiligheid.

Dat aanwezigheid niet vervangen kan worden door voorzien.

Dat controle niet hetzelfde is als bescherming.

Dat een goed leven niet bestaat uit zoveel mogelijk bezit verzamelen voordat je doodgaat.

We zijn alleen heel lang iets anders gaan oefenen.

En wat je lang oefent, gaat vanzelf normaal voelen.

Sinds mijn terugkeer naar Nederland heb ik zelf iets merkwaardigs ervaren. Nederlandse vrouwen lijken vaak nog te willen luisteren wanneer ik hierover begin. Er ontstaat een gesprek. Nieuwsgierigheid. Herkenning.

Bij Nederlandse mannen heb ik vaker het gevoel dat ik eerst door een muur heen moet.

Alsof ze ergens anders zijn.

In regels.

In werk.

In argumenten.

In waarom iets niet kan.

In hoe het hoort.

In het verdedigen van een wereld die ze misschien zelf niet eens zo gelukkig maakt.

Misschien heb jij als partner toegang tot een klein deurtje in die dikke muur.

Niet omdat het jouw verantwoordelijkheid is om hem te repareren.

Dat is het niet.

Maar omdat liefde soms toegang geeft waar een maatschappelijk debat alleen maar meer verdediging oproept.

Gebruik dat deurtje voorzichtig.

Niet door hem te controleren.

Niet door hem te vernederen.

Niet door hem te verslaan.

Dat zou alleen hetzelfde patroon in een andere richting zijn.

Nodig hem uit.

Laat hem lezen.

Geef hem tijd om het te voelen voordat hij er een mening over moet hebben.

En vertrouw er misschien een beetje op dat er onder al die training nog een mens zit die het eigenlijk weet.

Jakob Vanderblank

Jakob Vanderblank is a family man, steward of The Church of Better Being, Inc., Founder of BETTER BÅLLS, and Author of the Books of Better Being. He writes about business, systems, life, responsibility, family, and the creation of better ways to live and build.

http://www.jakobvanderblank.com